Tankstation-agressie
‘n Klein tankstation in een provinciegemeente. Twee pompen, alleen maar diesel, maar altijd dé goedkoopste. In totaal drie wagens aan beide zijden van de pomp, dus nog één plaats vrij. Die pomp was nog vrij ook!
Ik parkeerde, zette de motor af, haalde de sleutel uit het contact, maakte mijn gordel los, deed het portier open, stapte uit, deed het portier dicht, opende het achterportier, zocht mijn portefeuille in mijn handtas, sloot het portier en stapte rond mijn wagen naar de betaalautomaat. (Een overzicht van alle handelingen, om toch een zeker tijdsverloop te illustreren.)
Op het moment dat ik mijn bankkaart in de automaat wil steken, krijg ik een duw van de mevrouw die blijkbaar in de auto aan de andere kant van de pomp zat te wachten. Daarop steekt ze heel vlug haar bankkaart in de automaat. “Je had wel gezien dat wij hier al een hele tijd zaten te wachten!” (Ik vertaal het plat dialect even naar mooier Nederlands.) “Eigenlijk niet”, zei ik, en ik was te verbouwereerd om nog veel te zeggen. Een man die het taferaal had gadegeslagen, was meer van zeg op dat moment: “Ja, ‘t is blijkbaar niet alleen ‘t weer dat mottig is.”
Mevrouw, het ontbreekt u aan één en ander. Nèh.