Het pasta-gen
Als hier een week géén pasta gegeten wordt, dan is er waarschijnlijk een week niet gegeten. Zo zot zijn we van die deegwarenslierten. Eén à twee keer per week – minstens – komt hier een pot dampende pasta op tafel, met één van de vele recepten die we in de vingers hebben.
We hadden zoonlief al meerdere keren laten proeven van die witte sliertjes – zonder veel succes. Maar gisteren slaagde Florian er voor het eerst in om zo’n spaghettisliertje beetje bij beetje, al zuigend, naar binnen te werken. (‘k Weet, échte Italianen bijten, die zuigen niet.) We hadden het kunnen zien aankomen: eerder al had meneertje erop gestaan persoonlijk in de saus te roeren met een lange houten lepel.
Blijkbaar heeft ons ventje dan toch de liefde voor de pasta van ons gedeeld. Het pasta-gen is actief.
Over wat Florian met lege bierflesjes doet en wiens genen hij daartoe heeft meegekregen… da’s voor een volgende keer!
(?) Voor zover ik weet deed jij alleen iets met bijna-lege-cognacglazen . Over bierflesjes herinner ik me niets (?)
Nog vergeten te zeggen : ik weet wél waar hij het roeren in de saus vandaan heeft…
Gelukkig maar, stel je voor dat je elke keer jullie pasta eten, iets anders zouden moeten klaarmaken voor Florian.
Thuis komt er ook heel vaak pasta op tafel. En die pastabar die we op het werk hebben is ook een geschenk uit de hemel.